Praktijkgebieden o.a.:

 
 
 
 
 
 
 
 
   Nieuws:
 
  • 'ZSM alleen bij eenvoudige wetsovertredingen'

    ‘In Nederland bepaalt de rechter of iemand schuldig is en niet het Openbaar Ministerie of de politie. Alleen voor eenvoudige wetsovertredingen kan daarvan worden afgeweken.’

    Dat zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, in reactie op de berichtgeving in de Volkskrant over het straffen van drugscriminelen buiten de rechter om. Als reden wordt genoemd dat de strafrechtketen als gevolg van toenemende criminaliteit dichtslibt. ‘De Rechtspraak herkent zich niet in het beeld dat hier wordt geschetst’, zegt Bakker. ‘Bovendien doe je hiermee af aan het beginsel dat een onafhankelijke en onpartijdige rechter oordeelt over het schuldig zijn van iemand. Dat is een pijler in onze rechtsstaat.’

    ZSM

    In algemene zin onderschrijft de Rechtspraak de kracht van het snel afdoen van eenvoudige misdrijven, volgens de zogenoemde ZSM-aanpak door het Openbaar Ministerie. Kenmerkend is dat veelvoorkomende criminaliteit (diefstal, te veel drugs op zak) snel wordt afgedaan, waardoor dader en samenleving snel zien dat er iets gebeurt. Bakker: 'Het is daarbij wel van het grootste belang dat de rechten van verdachten, ook in het ZSM-traject, gegarandeerd zijn. Verdachten zijn zich niet altijd genoeg bewust van hun rechten. Zo is bij mensen die akkoord gaan met een ZSM-afdoening, niet altijd bekend dat zij hierdoor wel een strafblad krijgen. Strafoplegging moet niet plaatsvinden in de hitte van het moment door de opsporende instantie. Zorgvuldige strafoplegging vergt een objectieve en afstandelijke blik.’

    Rapport

    Begin vorig jaar waarschuwde de procureur-generaal bij de Hoge Raad er in het rapport Beschikt en gewogen voor dat de wijze waarop het OM strafbeschikkingen oplegt, op een aantal punten tekort schiet. Zo mag het OM alleen een strafbeschikking uitvaardigen als er voldoende bewijs is. Dat bleek nogal eens niet zo te zijn. De algemene conclusie van de pg was dat de wettelijke waarborgen waarmee de wetgever de schuldvaststelling heeft omringd, onvoldoende in acht werden genomen.  

  • 'Financiering rechtspraak niet goed geregeld'

    De financiering van rechtspraak is niet goed geregeld. Dat zegt de Raad voor de rechtspraak in reactie op een onderzoek dat de Algemene Rekenkamer vandaag heeft gepubliceerd. De Rechtspraak blijkt voor haar financiering nog steeds afhankelijk te zijn van de politieke keuzes van het kabinet over de begrotingsuitgaven.

    De Rechtspraak wordt sinds 2002 per afgehandelde rechtszaak gefinancierd. Het was de bedoeling dat de Rechtspraak door deze manier van financieren minder afhankelijk zou zijn van de politiek.
    ‘Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt dat dit maar voor een deel is gelukt’, zegt Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. ‘Dit is onwenselijk. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen rekenen dat zij altijd bij de rechter terecht kunnen en dat de Rechtspraak voldoende middelen heeft om elke rechtszaak goed en zorgvuldig te kunnen behandelen.’
    De Algemene Rekenkamer concludeert in het rapport ‘Bekostiging Rechtspraak: gevolgen voor doelmatigheid’ (zie ook het nieuwsbericht van de Algemene Rekenkamer) dat het bedrag dat de Rechtspraak voor een zaak krijgt, niet wordt berekend op basis van de reële kosten. In de praktijk blijkt de ruimte binnen de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie leidend voor het bedrag dat de Rechtspraak per rechtszaak ontvangt.
    De Algemene Rekenkamer is onafhankelijk en toetst of publiek geld doelmatig wordt besteed.

    Onafhankelijke staatsmacht

    Tot 2002 was de Rechtspraak voor haar financiering afhankelijk van de minister van (toen nog) Justitie. Dit werd politiek niet wenselijk geacht, omdat de Rechtspraak een aparte, onafhankelijke staatsmacht is die voor haar financiering niet afhankelijk moest zijn van een andere staatsmacht. Afgesproken werd daarom dat de Rechtspraak voortaan op grond van een objectief systeem geld zou krijgen per afgehandelde rechtszaak, de zogenoemde ‘prestatiebekostiging’. Het bedrag dat de Rechtspraak per rechtszaak krijgt, word sindsdien eens in de 3 jaar vastgesteld. Dit gebeurt na onderhandelingen met de minister van Veiligheid en Justitie. De reden hiervoor is dat de Rechtspraakbegroting als apart onderdeel bij de begroting van het ministerie van V en J is ondergebracht.

    Werkt niet

    De Algemene Rekenkamer concludeert nu dat deze prestatiebekostiging in de praktijk niet goed werkt, omdat bij de onderhandelingen de beschikbare middelen van de minister van V en J leidend zijn. Hierdoor is er volgens de Algemene Rekenkamer ‘in feite toch sprake van budgetfinanciering’. En: ‘Door vooral het beschikbare budget als uitgangspunt te nemen is de financieringswijze grotendeels los komen te staan van de vraag wat er in de praktijk nodig is om zaken tijdig en zorgvuldig af te handelen.’
    Frits Bakker: ‘De Rechtspraak is geen willekeurige overheidsdienst. Rechters zijn onafhankelijk, ze zorgen ervoor dat conflicten in de samenleving worden beslecht. De vraag wat daarvoor financieel nodig is, moet niet worden beantwoord door de uitvoerende macht. Die is vaak zelf partij bij rechtszaken. Elke rechtszaak telt en verdient de tijd, de aandacht en het geld dat daarvoor nodig is. De manier waarop de financiering nu tot stand komt, doet daaraan maar voor een deel recht. Natuurlijk doet de minister vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het functioneren van het systeem zijn best voldoende middelen vrij te maken, maar de praktijk is dat de Rechtspraak daarbij moet concurreren met dienstonderdelen van het departement, waarvoor de minister politiek verantwoordelijk is.’

 
 
     
     
     
 
 

Praktisch & betrokken

Praktisch betrokken is voor ons kantoor een juiste benaming.

De term geeft enerzijds weer dat zoveel mogelijk oplossingen voor clienten worden aangereikt die in de praktijk ook hout snijden, terwijl die oplossingen voortkomen uit de betrokkenheid van de organisatie van ons kantoor in het geheel en de individuele medewerkers in het bijzonder.

Sinds de oprichting van ons kantoor enige jaren geleden, heeft de praktijk een bestendige groei laten zien en zijn wij in staat gebleken onze vaste relaties blijvend aan ons te binden en daarnaast een groot aantal nieuwe relaties hebben kunnen begroeten. Wij zijn er met recht trots op er om bekend te staan altijd voor onze clienten klaar te staan en zo snel en adequaat mogelijk van dienst te zijn met medewerkers die in alle geledingen van ons kantoor ruimschoots hun sporen in de advocatuur hebben verdiend.

 
 
 
 
 
 

Twentepoort Oost 3a
7609 RG Almelo

Postbus 837
7600 AV Almelo

Tel. 0546-543520
Fax: 0546-543529

E-mail:
Internet: www.spoorhoekman.nl

Kvk-nummer: 08155434
Spoor & Hoekman op Google+

©2010 Spoor & Hoekman c.s.

Algemene voorwaarden | Disclaimer

Disclaimer:
Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of
verstrekking van de informatie op deze site aan derden is niet toegestaan. Hoewel bij het samenstellen van deze website de uiterste zorg is nagestreefd sluiten Spoor Hoekman c.s. iedere
aansprakelijkheid uit voor onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van het handelen op grond van informatie die via deze website beschikbaar is.

Wij hechten als kantoor grote waarde aan de tevredenheid van onze cliënten. Wij doen er alles aan om dit te realiseren. Het kan echter voorkomen dat u over een bepaald aspect niet tevreden bent. Wij horen dit dan graag, zodat wij samen naar een oplossing kunnen zoeken. Dit komt onze dienstverlening alleen maar ten goede.

Wanneer u een klacht heeft, dan gaan wij er vanuit dat u deze eerst voorlegt aan uw eigen advocaat. Mocht het zo zijn dat u er samen niet uitkomt dan behandelt ons kantoor een klacht volgens een procedure, die staat beschreven in onze interne klachtenregeling.

Op al onze advocaten zijn de gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten van toepassing. Voor meer informatie over de Wet- en regelgeving advocatuur verwijzen wij u graag naar de website van de Nederlandse Orde van Advocaten.