Alimentatie is een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de een, indien de ander niet in staat is om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Deze onderhoudsplicht geldt zowel tegenover (ex-)echtgenoten (de zogenaamde partneralimentatie) als tegenover kinderen (de zogenaamde kinderalimentatie).
Bij de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk kunnen ex-echtgenoten samen afspraken maken omtrent zowel de partner- als kinderalimentatiebetaling, welke in een schriftelijke overeenkomst (het zogenoemde echtscheidingsconvenant) wordt vastgelegd. Wanneer in eerste instantie wordt afgesproken dat er geen alimentatie hoeft te worden betaald, maar na verloop van tijd blijkt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, kan één van de ex-echtgenoten alsnog de ander om alimentatie vragen.
Indien u geen afspraken kan maken over een partner- en/of kinderalimentatieregeling, dan kan de rechter deze voor u vaststellen. De rechter kan op verzoek van (één van) u beiden als nevenvoorziening een wekelijks, maandelijks of drie-maandelijks bedrag aan partneralimentatie vaststellen alsook een (meestal) maandelijks bedrag per kind vaststellen dat door de niet-verzorgende ouder dient te worden betaald. De rechter moet bij zijn of haar beslissing de behoefte van degene die alimentatie vraagt afwegen tegen de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen. Het kan dus zo zijn dat de één het gevraagde bedrag nodig heeft om rond te komen, maar dat de ander dat bedrag absoluut niet kan opbrengen, zodat de rechter nooit het gevraagde bedrag als partneralimentatie kan vaststellen. Hierbij zijn de volgende inkomsten en uitgaven van belang: opgaven over uw vermogen, inkomsten uit (neven)arbeid, uitkeringen, pensioen, (onder)huur, hypotheek, verzekeringen, studiefinanciering, uw schulden, mogelijkheden om uw inkomsten uit te breiden en financiële verplichtingen (voor anderen). Daarnaast kan de rechter een afspraak in het echtscheidingsconvenant wijzigen, intrekken of vernietigen, indien één van u beiden een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven en de ander dat destijds als juist heeft aangenomen (de zogeheten ‘grove miskenning van behoefte of draagkracht’).
De plicht tot het betalen van partneralimentatie duurt in principe twaalf jaar, maar kan ook een kortere periode duren indien ex-echtgenoten dit gezamenlijk hebben afgesproken, de rechter in haar beschikking heeft aangegeven dat de alimentatieverplichting een kortere periode duurt of het gaat om een huwelijk zonder kinderen dat niet langer dan 5 jaar heeft geduurd. De partneralimentatieregeling eindigt in elk geval als één van de ex-echtgenoten overlijdt dan wel als degene die partneralimentatie ontvangt, trouwt of gaat samenwonen met iemand van het andere geslacht. De plicht tot het betalen van kinderalimentatie bestaat zolang de kinderen jonger zijn dan 21 jaar.
De situaties bij huwelijk en echtscheiding zijn nagenoeg gelijk aan die bij geregistreerd partnerschap en de beëindiging daarvan, zodat het vorenstaande onverkort geldt.