Zowel bij de distributie- als bij de agentuurovereenkomst is sprake van een “principaal” (vaak producent), die door middel van tussenpersonen (distributeur of handelsagent) producten en/of diensten laat verspreiden of promoten.
Toch verschillen deze twee vormen van overeenkomsten in juridische zin van elkaar. Zo is de agentuurovereenkomst vastgelegd in de wet (artikel 7:428 e.v. BW), terwijl voor een distributieovereenkomst geen specifieke wettelijke bepalingen bestaan, zodat daarbij de contractsvrijheid van partijen groot is.
Daarnaast verschillen zij van elkaar als het gaat om de goodwill-vergoeding. Zo bestaat in de regel bij het einde van een distributieovereenkomst geen recht op een goodwill vergoeding, terwijl de wet voor de agentuur juist wél een goodwill vergoeding bepaalt op het moment dat de overeenkomst wordt beëindigd (artikel 7:442 BW). Dit recht op goodwill-vergoeding kan niet contractueel worden uitgesloten of beperkt.
Verder handelt de distributeur voor eigen rekening en risico, terwijl de handelsagent dat niet doet. De handelsagent bemiddelt namens de principaal bij de totstandkoming van overeenkomsten, zodat hij niet zichzelf bindt maar zijn principaal. Hiervoor ontvangt de handelsagent provisie.
Ten slotte zijn de opzegtermijnen voor de agentuurovereenkomst in de wet bepaald, terwijl de distributieovereenkomsten geen wettelijke opzegtermijn kennen. Zo is het mogelijk dat de opzegtermijn bij distributieovereenkomsten langer of juist korter is dan die bij agentuurovereenkomsten.
Het is dan ook van belang om, alvorens u voor een verkoopnetwerk met distributeurs of handelsagenten kiest, goed na te denken over de rechtsverhouding.