Aanhouding
Degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit, kan als verdachte worden aangemerkt. Wanneer u verdachte bent, kunt u in geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit door een ieder worden aangehouden. Buiten het geval van ontdekking op heterdaad is de opsporingsambtenaar op bevel van de officier van justitie bevoegd een verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten aan te houden om hem ten spoedigste voor te geleiden aan de (hulp)officier van justitie.
Meteen nadat u aangehouden bent, krijgt u van overheidswege een strafrechtadvocaat toegewezen (een zogeheten piketadvocaat) of wordt uw eigen voorkeursadvocaat ingeschakeld. Deze advocaat komt de verdachte op het politiebureau bezoeken en wijst u op uw rechten en plichten, waaronder het recht om te zwijgen. De advocaat heeft in deze fase van het onderzoek in het algemeen nog geen politiedossier in handen, zodat hij u enkel kan adviseren op basis van uw verklaring.
Verhoor
Nadat de aangehouden verdachte aan de (hulp)officier van justitie is voorgeleid, kan deze bevelen dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek dan wel in vrijheid kan worden gesteld.
Na aankomst op het politiebureau kan een verdachte dus voor de duur van 9 uur (bij verdenking misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten) of 6 uur (bij verdenking misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten) worden opgehouden voor verhoor, waarbij de tijd tussen 00.00 uur tot 9.00 uur niet meetelt. De verdachte is bevoegd zich bij het verhoor door een raadsman te doen bijstaan.
Voor het einde van deze periode, of zoveel eerder als het onderzoek dat toelaat, wordt de verdachte in vrijheid gesteld of in verzekering gesteld.
Inverzekeringstelling
De (hulp)officier van justitie kan, na de verdachte verhoord te hebben, bevelen dat hij tijdens het onderzoek ter beschikking van justitie zal blijven en daarvoor op een in het bevel aangeduide plaats in verzekering worden gesteld. Inverzekeringstelling vindt plaats in het belang van het onderzoek. Zodra het belang van het onderzoek dit toelaat, gelast de (hulp)officier van justitie dan ook dei invrijheidstelling van de verdachte.
Het bevel tot inverzekeringstelling wordt slechts verleend in geval van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan en is slechts gedurende ten hoogste 3 dagen van kracht. Bij dringende noodzakelijkheid kan het bevel door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste 3 dagen worden verlengd. De inverzekeringstelling mag in totaal dan ook niet langer duren dan 6 dagen.
De rechtmatigheid van de inverzekeringstelling wordt dan door een onafhankelijke rechter, de zogeheten rechter-commissaris, getoetst.
Inbewaringstelling
De rechter-commissaris kan, op de vordering van de officier van justitie, een bevel tot bewaring van de verdachte verlenen.
Wanneer de officier van justitie een vordering tot inbewaringstelling van de verdachte heeft gedaan, en de rechter-commissaris toestemt met dit verzoek, kan de verdachte maximaal 14 dagen in voorlopige hechtenis worden gehouden, welke termijn niet kan worden verlengd. Meestal wordt de verdachte overgebracht naar een huis van bewaring, maar het kan ook zijn dat de verdachte weer wordt teruggebracht naar het politiebureau (het zogeheten preventief zitten).
Gevangenhouding
Binnen de termijn van 14 dagen van de inbewaringstelling moet de officier van justitie een vordering tot gevangenhouding doen, indien hij wil dat de verdachte langer in voorlopige hechtenis blijft zitten. Deze gevangenhouding kan door de raadkamer van de rechtbank maximaal voor 90 dagen worden opgelegd.
Voorlopige hechtenis
Wanneer de rechter-commissaris toestemt met het verzoek van de officier van justitie om de verdachte na de inverzekeringstelling langer vast te houden dan begint daarmee de voorlopige hechtenis. De voorlopige hechtenis bestaat dus uit 2 delen: (i) de inbewaringstelling en (ii) de gevangenhouding. De voorlopige hechtenis kan daarmee in totaal maximaal 104 dagen duren (14 dagen van inbewaringstelling + 90 dagen van de gevangenhouding).
Als voorwaarde voor de toepassing van de voorlopige hechtenis geldt allereerst dat er ernstige bezwaren (‘een ernstige verdenking’) bestaan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Daarnaast kan de voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris enkel worden toegepast voor misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is gesteld dan wel voor enkele specifiek in de wet genoemde misdrijven, waaronder bedreiging, belaging, mishandeling, vernieling, verduistering en heling. Tevens moet er voor een rechtsgeldige toepassing van de voorlopige hechtenis sprake zijn van één van de navolgende in de wet genoemde gronden: (i) ernstig gevaar voor vlucht, (ii) gevaar voor een ernstig geschokte rechtsorde, (iii) gevaar voor recidive, (iv) gevaar voor maatschappelijke onrust doordat de in de wet opgesomde misdrijven zijn begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats dan wel zijn gericht ten personen met een publieke taak en de berechting middels het snelrecht zal plaatsvinden of (v) collusiegevaar (het frustreren van het onderzoek). Een verdachte kan dus niet zomaar in voorlopige hechtenis worden gesteld of gehouden.
De voorlopige hechtenis kan tussentijds worden beëindigd zodat de verdachte vrij komt. Een advocaat kan bij de rechter-commissaris namens de verdachte opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis vragen. Van opheffing of schorsing kan sprake zijn wanneer de persoonlijke belangen van de verdachte zwaarder worden gevonden dan het algemene belang van de maatschappij bij langere vrijheidsbeneming. Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis kan de rechter-commissaris voorwaarden verbinden ( zoals een straat- en contactverbod, een meldingsplicht bij de politie of reclassering, huisarrest, enzovoort) maar bij een opheffing niet. Kortom: opheffing is een definitieve beëindiging van de voorlopige hechtenis, terwijl schorsing, als u zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt, weer kan worden teruggedraaid.
Na een veroordeling worden de dagen dat u in voorarrest hebt gezeten van uw straf afgetrokken. Een rechtszitting begint binnen de termijn van 110 dagen (max. 6 dagen inverzekeringstelling + max. 14 dagen inbewaringstelling + max. 90 dagen gevangenhouding).