0546 - 54 35 20

info@spoorhoekman.nl

Verjarings- en vervaltermijnen

De wet bepaalt dat elke rechtsvordering wegens een gebrek in het opgeleverde werk door verloop van twee jaren nadat de opdrachtgever ter zake het gebrek heeft geprotesteerd, verjaart. Indien de opdrachtgever de aannemer een termijn heeft gesteld waarbinnen deze het gebrek zal kunnen wegnemen, begint de verjaring pas te lopen bij het einde van die termijn, of zoveel eerder als de aannemer te kennen heeft gegeven het gebrek niet te zullen herstellen. Hieruit kan worden afgeleid dat het gaat om een verkorte verjaringstermijn, welke scherp in de gaten moet worden gehouden.

De aanvang van de verjaringstermijn is afhankelijk van het moment waarop u protesteert. Bij een dreigend verlopen van de verjaringstermijn, zodat de vordering van rechtswege verjaart, kan door middel van een schriftelijke aanmaning tot stuiting van de termijn worden overgegaan. Een stuiting van een verjaringstermijn brengt met zich mee dat de verjaringstermijn opnieuw gaat lopen. Het voeren van onderhandelingen over de aansprakelijkheid ter zake van geconstateerde gebreken stuit de verjaring in beginsel niet. Hierbij is het van belang dat kenbaar wordt gemaakt dat het recht tot het vorderen van nakoming uitdrukkelijk wordt voorbehouden. Een aannemer kan zijn aansprakelijkheid ten aanzien van de aan hem bekende verborgen gebreken die hij heeft verzwegen niet beperken dan wel uitsluiten.

Voorts wordt in de algemene voorwaarden veelal door de aannemer een vervaltermijn opgenomen, welke in geval van de UAV en de UAV-GC (maximaal) vijf jaren kan zijn. Een dergelijke vervaltermijn verplicht de opdrachtgever binnen een bepaalde tijd de procedure aanhangig te maken, bij uitblijven waarvan het recht met betrekking tot die geconstateerde tekortkoming vervalt. Een dergelijke vervaltermijn kan, anders dan bij een verjaringstermijn, niet worden gestuit, zodat het verzaken van een vervaltermijn zal leiden tot niet-ontvankelijkheid van de desbetreffende rechtsvordering.

De verjaring van een rechtsvoering ter zake van een gebrek zal na een eerste ingebrekestelling in beginsel dus maximaal twee maal moeten (kunnen) worden gestuit, nu de rechtsvordering na ommekomst van voornoemde vervaltermijn van maximaal vijf jaren niet meer ontvankelijk is. Omgekeerd kunnen de vijfjarige vervaltermijnen in de UAV en de UAV-GC worden doorkruist door de tweejarige verjaringstermijnen uit de wet, als gevolg waarvan de rechtsvordering kan zijn verjaard voordat deze zou komen te vervallen. Met andere woorden: een opgenomen vervaltermijn impliceert niet dat de wettelijke verjaringstermijn buiten toepassing kan worden verklaard tot (ten minste) vijf jaren, nu zulks erop neer zou komen dat op voorhand afstand wordt gedaan van het recht zich op de door de wet vastgestelde verjaringstermijn te beroepen, hetgeen in strijd is met de wet.

Mr. G.H. (Gert) Hoekman

Gert is in 1991 afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en daarna onmiddellijk in dienst getreden bij een advocatenkantoor in het Noorden van het land waar hij een jaar later als advocaat is beëdigd.
Online juridische balie
Heeft u vragen, of wilt u vrijblijvend advies?
Klik op de link hiernaast voor meer informatie