In het strafrecht wordt met betrekking tot strafbare feiten onderscheid gemaakt tussen enerzijds misdrijven en anderzijds overtredingen. De wetgever heeft in het Wetboek van Strafrecht alle misdrijven in het tweede hoofdstuk (artikelen 92 tot en met 423 Wetboek van Strafrecht) en alle overtredingen in het derde hoofdstuk (artikelen 424 tot en met 479 Wetboek van Strafrecht) geplaatst, zodat ook daaruit een duidelijk onderscheid blijkt. In de bijzondere wetten zoals de Opiumwet, de Wegenverkeerswet of de Wet Wapens en Munitie staat per strafbaar feit of het gaat om een overtreding of een misdrijf.
In het algemeen kan worden gesteld dat overtredingen de lichte strafbare feiten zijn en misdrijven de zwaardere strafbare feiten zijn. Voorbeelden van overtredingen zijn: lichte verkeersovertredingen (zoals door het rode licht rijden, te hard rijden, etc.), openbaar dronkenschap, wildplassen, vandalisme, het overtreden van een verbod, enzovoort. Voorbeelden van misdrijven zijn: rijden onder invloed, openlijke geweldpleging, belediging, bedreiging, valsheid in geschrifte, het kweken van hennep, diefstal, verkrachting, (zware) mishandeling, doodslag, moord, enzovoort. Daarnaast blijkt het onderscheid tussen overtredingen en misdrijven uit de bevoegdheid van de rechter om daarvan kennis te nemen. Zo behandelt de kantonrechter of de politierechter veelal overtredingen en buigt de politierechter of de meervoudige strafkamer van de rechtbank zich over misdrijven.
Voorts is het onderscheid tussen overtredingen en misdrijven relevant voor uw justitiële documentatie (het zogenaamde strafblad). Voor misdrijven krijgt u een aantekening op uw justitiële documentatie vanaf het moment dat u wordt verdacht van een misdrijf en de zaak in behandeling is genomen door het Openbaar Ministerie. Wanneer de zaak vervolgens is afgedaan, wordt de wijze van afdoening of de uitspraak vermeld op uw justitiële documentatie. Dit betekent dat ook een vrijspraak of een sepot wordt vermeld op uw justitiële documentatie, tenzij u ten onrechte als verdachte bent aangemerkt (sepotcode 01). Ook een schikking met het Openbaar Ministier (de transactie) wordt op uw justitiële documentatie vermeld, zodat met een schikking een strafblad niet kan worden voorkomen. Het voorkomt uitsluitend dat de verdachte voor de rechter moet verschijnen. Voor overtredingen ligt het iets anders, nu daarvoor slechts een aantekening op uw justitiële documentatie komt vanaf het moment dat het Openbaar Ministerie een beslissing heeft genomen over de afdoening van de zaak. Bovendien volgt in de volgende drie gevallen überhaupt geen aantekening op uw justitiële documentatie: i) er wordt een strafbeschikking opgelegd van minder dan € 100,00, ii) de zaak wordt geseponeerd zonder bijzondere voorwaarden en iii) de rechter legt een geldboete op van minder dan € 100,00. In afwijking van voornoemde volgt voor de volgende overtredingen altijd een aantekening op uw justitie documentatie: overtredingen betreffende de openbare orde, bijstandsfraude, de Wet op de economische delicten, de Vreemdelingenwet, de Wet Wapens en Munitie, de Drank- en Horecawet, de Flora- en Faunawet, ambtsovertredingen, openbare dronkenschap, geen aansprakelijkheidsverzekering afsluiten voor een motorrijtuig, rijden zonder geldig rijbewijs, meer dan 30 km/h te hard rijden en meer dan 25 km/h te hard varen.
Ten aanzien van het verwijderen van de gegevens die op uw justitiële documentatie zijn vermeld, wordt ook een onderscheid gemaakt tussen enerzijds overtredingen en anderzijds misdrijven. Voor misdrijven wordt er onderscheid gemaakt tussen lichte misdrijven (strafbare feiten waarvoor volgens de wet een gevangenisstraf van minder dan 6 jaar kan worden gegeven), zware misdrijven (strafbare feiten waarvoor volgens de wet een gevangenisstraf van minimaal 6 jaar kan worden gegeven) en zedenmisdrijven. Bij lichte misdrijven wordt het strafblad in principe verwijderd als er 20 jaar zijn verstreken na de einduitspraak of na het volledig voldoen van de strafbeschikking. Bij zware misdrijven wordt het strafblad in principe verwijderd als er 30 jaar zijn verstreken na de einduitspraak of na het volledig voldoen van de strafbeschikking en bij zedenmisdrijven worden de gegevens in principe pas na 80 jaar verwijderd, ongeacht of het feit verjaard is. Justitiële gegevens van overtredingen worden in principe verwijderd na verloop van 5 jaar na de einduitspraak of na het volledig betalen van een strafbeschikking en indien er een vrijheidsstraf of taakstraf is opgelegd in principe na verloop van 10 jaar na de einduitspraak of na het volledig voldoen van een strafbeschikking.