De voorlopige hechtenis betreft de fase van het voorarrest vanaf de voorgeleiding bij de rechter-commissaris tot inbewaringstelling. Deze fase bestaat uit twee delen: i) de inbewaringstelling en ii) de gevangenhouding. Wanneer de officier van justitie een vordering tot inbewaringstelling van de verdachte heeft gedaan, en de rechtercommissaris toestemt met dit verzoek, kan de verdachte maximaal 14 dagen in voorlopige hechtenis worden gehouden. Binnen deze termijn van 14 dagen moet de officier van justitie een vordering tot gevangenhouding doen, indien hij wil dat de verdachte langer in voorlopige hechtenis blijft zitten. Deze gevangenhouding kan maximaal voor 90 dagen worden opgelegd, zodat de voorlopige hechtenis in totaal maximaal 104 dagen kan duren.
Als voorwaarde voor de toepassing van de voorlopige hechtenis geldt allereerst dat er ernstige bezwaren (‘een ernstige verdenking’) bestaan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Daarnaast kan de voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris enkel worden toegepast voor misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is gesteld dan wel voor enkele specifiek in de wet genoemde misdrijven, zoals bedreiging, belaging, mishandeling, vernieling, verduistering en heling. Naast deze gevallen voor de toepassing van voorlopige hechtenis zijn eveneens gronden vereist, die de voorlopige hechtenis van een verdachte kunnen rechtvaardigen. De wet noemt – kort samengevat – de volgende gronden op: i) ernstig gevaar voor vlucht, ii) gevaar voor een ernstig geschokte rechtsorde, iii) gevaar voor recidive, (iv) gevaar voor maatschappelijke onrust doordat de in de wet opgesomde misdrijven zijn begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats dan wel zijn gericht ten personen met een publieke taak en de berechting middels het snelrecht zal plaatsvinden of v) collusiegevaar (gevaar voor frustrering van het onderzoek). Hieruit blijkt dat iemand niet zomaar in voorlopige hechtenis kan worden gesteld of gehouden.
Zodra een verdachte in voorlopige hechtenis wordt gesteld of gehouden, heeft diegene recht op rechtsbijstand van een piket- of voorkeursadvocaat. Deze advocaat kan voor de verdachte bij de rechter-commissaris opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis vragen. De rechter-commissaris kan de voorlopige hechtenis schorsen wanneer uw persoonlijke belangen zwaarder worden gevonden dan het algemeen belang dat de maatschappij heeft bij langere vrijheidsbeneming. Derhalve dient er bij de vraag of u voor schorsing in aanmerking komt altijd een afweging worden gemaakt tussen de ernst van het strafbare feit, de omstandigheden van het geval, uw persoonlijke belangen en in het bijzonder de negatieve gevolgen die een langere vrijheidsbeneming voor u zal hebben. Indien de rechter-commissaris de schorsing van de voorlopige hechtenis toewijst, kan zij daaraan voorwaarden verbinden, zoals een straat- en contactverbod, meldingsplicht bij de politie of de reclassering, huisarrest, enzovoort. Hierbij is het advies van de reclassering van evident belang, nu de rechter-commissaris geneigd zal zijn dit advies te volgen.